donderdag 20 oktober 2011

't Is veertig en 't twittert

We bestaan veertig jaar. We, dat is het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden), opgericht in mei 1971, op initiatief van de VU-bibliothecaris J. Stellingwerff (1924-2010) en de rector magnificus W.F. de Gaay Fortman (1911-1997). De hele geschiedenis van het Centrum en hoe we ons feestje gaan vieren zal nog wel eens in full colour worden opgeschreven of is elders op de webpagina’s terug te vinden. Mij gaat het even om de vitrines van onze studiezaal. Onze? Nu ja, de zaal die we delen met de afdeling Bijzondere Collecties.
In die vitrines liggen, in modern jargon: ‘dooie bomen’, boeken dus. De boeken uit de afgelopen veertig jaar HDC. De boeken van de vaste staf, van tijdelijke medewerkers, van freelancers, van vrijwilligers kortom van allerlei mensen die dit gemeen hebben dat ze op de een of andere manier aan het Centrum verbonden zijn (geweest). De vitrines liggen vol, stampvol, en er is zelfs nog meer. Veel meer.
Opschepperij? Nou en of! En dat mag ook wel, eens in de veertig jaar. Mijlpalen zijn er om even halt te houden en tevreden achterom te kijken. Maar dan weer gauw over tot de orde van de dag, er moeten studenten worden opgeleid, congressen worden bedacht en boeken worden geschreven.
Op naar de vijftig jaar, wanneer er naar verwachting een paar vitrines moeten worden bijgeplaatst. Of zou het dan allemaal digitaal geworden zijn? Zelf ben ik nog geheel van het papier, kan ik niets aan doen, is iets uit mijn jeugd, dus ik reken op extra vitrines. Maar zeker weten? Voor de veiligheid sluit ik met: volg ons op twitter!

donderdag 18 augustus 2011

De schuld van Google

Eind juli stuurde een bezoekster aan het Nationaal Archief (NA) een ingezonden brief naar De Volkskrant. In die brief een verslag van haar ervaringen, een bloedig moordverhaal gelijk, met veronderstellingen, verontwaardigingen en verongelijktheid van een hoge plank. Dag later deed een hele familie met gelijke ervaringen nog een duit in het zakje. Zou er iets mis zijn in het NA?

Hoofd Dienstverlening – prachtig overigens, ‘Hoofd Dienstverlening’, niks geen fratsen als ‘Supervisor Accountmanagement’, ‘CEO Frontoffice’ of ernstiger – Hoofd Dienstverlening dus, gaf in de volgende krant uitleg van hoe, en wat, en privacy, en kwetsbaarheid van papier, en concludeerde dat zij, het NA, blijkbaar wat aan de communicatie moesten doen.

Dat vond ik nou een softe reactie. Bezoekers blaffen en als instelling ga je braaf opzitten en geeft een pootje. Terwijl het NA helemaal niets verkeerd deed.

Maar ineens realiseer ik me dat er iets meer aan de hand is. De bezoekster en de familie-van-de-volgende-dag zijn in feite slachtoffers. Zonder dat ze het weten. Slachtoffers van Google. Dat programma levert zo snel digitale informatie dat het soms lijkt of je het antwoord hebt voordat je het vraagt. En daar zijn ze blijkbaar aan gewend geraakt. Zij verliezen echter uit het oog dat Google alles lekker makkelijk uit de digitale wereld peutert. En dat nu is een heel andere wereld dan die van papier en privacy. Als je dat onderscheid niet (meer) kunt maken dan raak je dus waarschijnlijk woest gefrustreerd in een archiefinstlling. Zoals gedemonstreerd.

Maar waarom kunnen die mensen dat onderscheid dan niet meer maken? Omdat ze nooit iets geleerd hebben over archief en archieven. Je kunt in Nederland, maar zou het elders anders zijn, met gemak vijftien jaar onderwijs volgen zonder ooit iets over een archief te hebben gehoord. En dus heeft Hoofd toch gelijk. Er moet wat aan de communicatie gebeuren.

Misschien moeten wij dat op ons Centrum ook maar gaan doen. Korte cursussen, over wat archief is, wat je er mee kunt en mag en dat er beperkingen zijn en welke. Laat ik maar zeggen: de inschrijving is open (hdc@ubvu.vu.nl), bij voldoende belangstelling gaan we er wat moois van maken.

dinsdag 26 juli 2011

Weerberichten

Buiten is het 12 graden, binnen wordt gewerkt.
Op 23 september a.s. organiseren we een congres over anderhalve eeuw evolutiedebat in Nederland
Op 5 oktober a.s. presenteren we de Kuyperbibliografie; alles wat Kuyper schreef, bijeengezocht en van commentaar voorzien door Tj. Kuipers.
Op 3 en 4 november organiseren we samen met Hope College de Albertus C. Van Raalte herdenking, het ene deel in Amerika, het andere deel hier in Ommen.
Op 18 november a.s. is ons grote jubileumcongres, De protestand van Nederland.
En in december verschijnt Van kansel naar barak. Gevangen Nederlandse predikanten 1940-1947 en de cultuur van herinnering, het jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme en een prima reden om donateur te worden van onze stichting.

Ik vond het gewoon leuk om dit allemaal eens op te schrijven in een tijd die toch vooral vakantietijd heet te zijn. Tijd van niks doen en je verbazen over regen. We hebben, wil ik maar zeggen voor de tweede helft van dit jaar nog al wat op stapel staan. En ons zelf in de schijnwerpers.
Ondertussen achter de schermen.
Daar wordt, vakantietijd of niet, gestaag doorgewerkt aan het beschrijven en ordenen van archieven. Elke dag weer. Dus voor één keertje de vrijwilligers, de collega’s en de stagiaires extra in het zonnetje – in een land met 279 verschillende woorden voor regen mag dat ook wel eens. Want heel het historisch raderwerk … nu ja, da’s misschien dan weer wat overdreven, maar het zou allemaal piepen en kraken zonder dat Iet Kiel-Hartog, Jasper Verhoogt, Dagmare Houniet, Erin Jansen, Désirée Mertens, Eva Woertman en Matthijs Taselaar zich zouden ontfermen over Trouw, Herman Dooyeweerd, de Van Coeverden Adriani Stichting, Hendrikus Colijn, de filmcollectie van de VU, het ICTO en de audiocollectie van de VU.
Inventaris af, op het web geplaatst en in de kast gezet, klaar voor onderzoekers en dan door met de volgende collectie. Want er ligt nog genoeg.

Had ik al eens geschreven dat je hier ook stage kunt lopen?

dinsdag 5 juli 2011

Mangel

Nu werk ik al weer een tijdje bij het Documentatiecentrum, maar ik kan me niet herinneren dat we ooit het bordje ‘Beperkte Dienstverlening’ op onze winkel hebben moeten hangen. Ik vind het ook eigenlijk meer iets voor de spoorwegen. Zo van dat ze je normaal gesproken op tijd van A naar B kruien, maar nu daar, vanwege de beperkte dienstverlening, niet aan kunnen beginnen. Die sfeer.

Maar, in de beperking zijn we gelukkig beperkt. We doen gewoon wat we altijd al deden maar niet alles meer stante pede. Digitaal aanvragen werkt als of er helemaal geen beperkingen bestaan. Alleen archiefstukken die op de studiezaal, na 13.00 worden aangevraagd, blijven even liggen tot de volgende dag.
Nu ik het zo terug lees, valt het eigenlijk nog wel mee met die beperking. ’t Is dan ook meer de reden dat we aan het beperken zijn geslagen die zorgen wekt. Heeft namelijk, oplettende lezertjes hadden dat zelf al uitgerekend, met personeelsmangel te maken. Da’s geen Nederlands, maar ik vind het zo’n mooi woord, ‘personeelsmangel’, beetje een woord van fenomenoloog Prlwytzkofsky.

Enfin, het beste is maar dat we ons er niets van aantrekken en gewoon dienst blijven verlenen, met een beperkinkje hier en daar. Dat betekent dat bezoekers, als vanouds, ook in de zomermaanden, van harte welkom zijn!

woensdag 29 juni 2011

Weg met de ballenbak

Er bestaat in Nederland een Communicatieplatform Archieven. Dat houdt zich onder andere bezig met de ‘communicatiestrategie en bouwstenen van DNA, een merk- en imagocampagne namens de Nederlandse archieven. Het doel van de campagne is het versterken van de identiteit van archieven en een breed publiek te helpen op juiste momenten de weg naar het archief te vinden’, tot zover het citaat uit een mailtje dat ik onder ogen kreeg.

Een korte reactie op bovenstaande: weggegooid geld. Een lange reactie: weggegooid geld. Maar, zou je denken, het is toch prachtig om de identiteit van archieven te versterken en nota bene, een breed publiek te helpen om op het juiste moment de weg naar het archief te vinden? Het zal aan mij en mijn mottig geheugen liggen, maar ik herinner me niet anders dan dat ‘de archieven’ al jaren proberen om de eigen identiteit te versterken en een breed publiek naar de voordeur te lokken. Maar na al die plannen en plannetjes, campagnes en strategieën zie ik nog geen resultaat. Ja natuurlijk, als een archief een tentoonstelling inricht, een filmpje draait, het personeel in historische kostuums hijst, replica’s van stadskaarten aanbiedt, een speurtocht voor de kids organiseert, dan is het vol. Nederland is een ‘Tweedepinksterdagmeubelboulevardland’ dus als de archieven de ballenbak openzetten kun je volk verwachten.
Maar zitten we daar nou op te wachten? Moeten archiefinstelling PR-, communicatie- en event-medewerkers aantrekken om de deur te laten bewegen?
En dan, breed publiek? Laten we wel wezen, de serieuze bezoekers, de inhoudelijk geïnteresseerden die voor de stukken komen, bereid zijn dagen aaneen notulen door te pluizen, handschriften te ontcijferen voor hun artikel, boek of dissertatie, die krijgen van breed publiek een verhikking. ’t Is niet voor niets dat voor genealogen (overigens een geweldige hobby) aparte zalen worden ingericht. Archiefinstellingen zouden al hun energie moeten steken in het conserveren en ontsluiten van het materiaal dat er vanwege wetten berust dan wel vanwege de identiteit verkregen werd. Pret organiseren moeten ze aan de Efteling overlaten.
Want archieven zijn onbemind vanwege onbekend; en dat komt door het onderwijs. Punt. Ga je zelf na. Wanneer werd je verteld dat er archieven bestonden? En wat je er kunt doen? Dat je daar je verleden letterlijk kunt terugvinden, dat je daar mythes kunt ontkrachten, verhalen kunt zoeken, dat je daar boeken kunt schrijven? Ik vrees dat voor de meeste mensen geldt dat ze het nooit hebben gehoord. Een enkeling werd het allemaal verteld ergens in een vervolgopleiding.
Wil je meer, inhoudelijk geïnteresseerde bezoekers in het archief, interesseer die mensen dan ook. Rust ze uit met kennis en nieuwsgierigheid. Archiefinstellingen realiseren zich niet dat ze lijken op autoshowrooms in een land zonder rijbewijzen. Vlaggen ophangen, sleutelhangers weggeven of korting beloven helpt niet ... je publiek kan niet autorijden!
Mag ik eens iets mals voorstellen: opheffen dat communicatieplatform en zo rap mogelijk archivistiek invoeren, op alle scholen, als onderdeel van het geschiedenisonderwijs dat twee uur per week langer moet.

Maar als ik dat eerder genoemd mailtje nog eens lees en de taal probeer door te slikken weet ik dat mijn malle plannetje in een la gaat. De keizer gaat nog steeds gekleed in platforms, strategieën en campagnes.

maandag 20 juni 2011

Een goed historicus heeft een slecht geheugen

Een goed historicus heeft een slecht geheugen; klinkt toch een beetje als lekkere wijn is vies en als het regent is het droog. Misschien moet er eigenlijk staan een goed historicus heeft niet zo’n heel goed geheugen, maar ja als kop boven dit stukje is dat dan weer minder.

Alles weten en alles onthouden is net zo verschrikkelijk als alles vergeten. Al je boodschappenbriefjes van jaren her, uit je hoofd weten op het moment dat je nu in de super staat is een ramp; immers wat heb je nu nodig?. Een perfect geheugen is een ramp. En dat bestaat gelukkig ook niet. We vergeten en hopelijk onthouden we de belangrijke dingen.
Een goed historicus heeft dus een minder dan een perfect geheugen, dat onthoudt de belangrijke dingen en weet waar de rest te vinden is.

Dit valt nog wel uit te leggen aan historici, maar als je ze probeert duidelijk te maken dat goed archiveren goed weggooien is, dan lijk je bij velen een open zenuw te raken. Maar net zo goed als dat het perfecte geheugen een ramp zou zijn, zou het archief waarin alles bewaard werd dat ook zijn. Alles bewaard? De enveloppen, de bonnetjes voor de aanschaf van die enveloppen en van de postzegels en van de pennen en van het briefpapier en de kladversies en de gereviseerde versies en dan daartussen hopen dat je de brief vindt waar het je om gaat? Onwerkbaar.
Een goed geheugen en een goede archivaris lijken een beetje op elkaar. De een vergeet, de ander gooit weg. Maar aan wat er dan over blijft houden ze allebei vast. Met beide handen.

Bloggen blijft een rare bezigheid, immers een rare kop, mal middenstuk en een raar slot, lees maar:
Wij zoeken studenten die willen leren weggooien.

dinsdag 7 juni 2011

Nieuw Protestants Peil

5 januari 2008 de eerste, 27 juni 2009 de laatste. En nu compleet verzameld. Radiogeschiedenis op een DVD, alle 76 uitzendingen van Nieuw Protestants Peil om terug te luisteren op PC of MAC. Wim Berkelaar, George Harinck en Koos van Noppen begonnen in 2008 met een programma dat op EO radio 5, wekelijks aandacht vroeg en kreeg voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme. En zo belangrijk, interessant en leuk het was toen het live de lucht in ging, zo belangrijk, interessant, leuk en nodig vind ik het dat het nu op DVD verkrijgbaar is. Om terug te luisteren, om na te slaan. Radioprogramma’s hebben door hun aard iets vluchtigs. Uitzenden, klaar. Internet en uitzending gemist helpen iets mee aan de verduurzaming, maar het blijft fragiel. Eric Dolpy, een van mijn helden, kon het zo mooi zeggen: ‘When you hear music, after it’s over, it’s gone in the air. You can never capture it again’.

Jawel, maar waar je inmiddels je nek breekt over muziek uit vervlogen tijden, in steeds weer andere verzamelboxen is het met het gesproken woord een stuk droeviger gesteld.
Maar nu dus ietsje minder. Zoals gezegd, alle 76 uitzendingen in eigen tijd terug te luisteren. Over Kuyper en Kohlbrugge, Over Klei en Geelkerken, over De Heer en Wolkers, over Gerretson en De Lange en over, nu ja, luister zelf maar.

De DVD verschijnt eind juni, is voor donateurs van het Centrum gratis en voor ieder ander te koop voor € 12,50. Mailtje naar dit adres, en de DVD wordt toegestuurd. Ergens vanaf eind juni hoor, dus nog even geduld hebben. Maar dan klinkt het 76 keer: Nieuw Protestants Peil, geschiedenis voor nu. Een programma onder redactie van George Harinck, Wim Berkelaar en Koos van Noppen...